Home

Financiële begroting

Algemeen

De uitgangspositie voor de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 is reeds opgenomen in de beleidsarme voorjaarsnota 2026 die op 7 juli door de raad is behandeld. Separaat aan de voorjaarsnota bent u geïnformeerd over de uitkomsten van de meicirculaire gemeentefonds. Deze circulaire is ook de basis voor de toe te passen indexaties (waar van toepassing).
 

Rente financieringsmiddelen

In deze begroting is voor 2027 rekening gehouden met 3,5% rente voor het aantrekken van vaste geldleningen, indien de financieringsbehoefte groter is dan de kasgeldnorm. Tot het bedrag van de kasgeldnorm wordt gewerkt met dag- of kasgeld. Wij gaan er van uit dat de rente voor kort geld 2,5% zal bedragen. Voor de jaren 2028 en verder is rekening gehouden met 3% voor het aantrekken van vast geldleningen en 2% voor kort geld. De interne rekenrente is 1,10%.

Kapitaallasten investeringen

Conform wettelijk voorschrift worden de kapitaallasten (rente en afschrijving van een meerjarige investering) tot het volle bedrag in de begroting opgenomen. Het uitgangspunt is dat investeringen op lange termijn gedekt moeten zijn binnen de structurele begrotingsruimte.

Salarisontwikkeling

De nieuwe cao-gemeenten loopt tot 31 maart 2027. Op basis van de salarislasten in de begroting 2026 zijn de salarislasten voor 2027 en verder berekend. Voor de salarisstijging in 2027 is uitgegaan van een gemiddelde stijging van 4,2%, op basis van de loonvoet sector overheid. Voor jaarlijkse periodieke stijgingen is een gebruikelijke verhoging van 0,5% opgenomen.

Loon en prijsontwikkeling

Op basis van de meicirculaire gemeentefonds is een prijsindexatie opgenomen van 2,5% (pbbp). De budgetsubsidies worden jaarlijks geïndexeerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de subsidiecomponent voor personeelskosten en de overige subsidiecomponenten. Voor de overige subsidiecomponenten geldt het algemene indexcijfer dat toegepast wordt in de gemeentebegroting. In de component ‘personeel’ wordt rekening gehouden met de verwachte loonontwikkeling. Voor deze indexering wordt aangesloten bij de gemiddelde CBS-index voor CAO-lonen in de gesubsidieerde sector. Bij het ramen van de subsidies op grond van de subsidienota is voor de budgetsubsidies uitgegaan van 25% bureau- en uitvoeringskosten en 75% salariskosten. Voor het sociaal domein is, afhankelijk van de type kosten, gekeken naar de algemene index of een specifieke index zoals de NEA- of OVA/PPC-index. Het voorlopige gemiddeld prijsindexcijfer binnen de Jeugdwet en de WMO bedraagt voor 2027 3,74% (OVA 3,96% (gewicht 90%) en PPC 1,77% (gewicht 10%)). De NEA index geldt voor het zorg- en taxivervoer deze bedroeg voor 2026 4,1%. De NEA index 2027 is bij het opstellen van de begroting 2027 nog niet bekend maar de verwachting is dat door de combinatie met de stijging van de loonkosten en de hoge brandstofprijzen deze substantieel zal gaan stijgen, voor de begroting 2027 hanteren we een prijsindexcijfer hiervoor van 4,5%.

Tarievenbeleid

Bij de dienstverleningen, zoals afvalstoffenheffing, het rioolrecht, de leges, rechten en marktgelden streeft de gemeente naar een kostendekkend niveau. Aan deze kosten wordt ook overhead toegerekend. In de notitie Overhead (december 2023) is de stellige uitspraak gedaan dat de methodiek voor het toerekenen van overhead, zoals opgenomen in het overzicht overhead, aan lokale heffingen en rechten mag niet afwijken van de overige methodieken voor het toerekenen van overhead aan overige taakvelden van de begroting. De financiële verordening is hierop aangepast. Overhead wordt op basis van een opslag voor overhead en directe uren toegerekend naar de betreffende producten.

Voor de Onroerende zaakbelasting zal het tarief (uitgedrukt in een percentage van de waarde van het onroerend goed) zodanig worden aangepast dat een opbrengststijging wordt gerealiseerd met alleen de indexatie van 2,5%. Ten aanzien van de leges worden over het algemeen de tarieven eveneens met de inflatiecorrectie van 2,5% verhoogd. De tarieven waarvoor kostendekkendheid geldt worden op basis van de kostprijsberekening opgesteld. De tarieven voor hondenbelasting blijven ten opzichte van 2026 ongewijzigd. De tarieven voor toeristenbelasting worden voor het tweede jaar verhoogd met € 0,25 conform de ombuigingsmaatregelen (fasegewijze tariefstijging tot € 1). Het tarief voor de rioolheffing is gebaseerd op het vastgestelde waterplan inclusief inflatiecorrectie. Voor de afvalstoffenheffing blijven de tarieven voor het vastrecht nagenoeg gelijk. In de paragraaf Lokale heffingen staat een verdere toelichting.

Deze pagina is gebouwd op 09/24/2026 09:20:33 met de export van 09/24/2026 09:15:32