Inleiding

Inleiding

Voor u ligt de eerste begroting van het nieuwe college. Op 7 juli heeft u een beleidsarme voorjaarsnota vastgesteld en u bent geïnformeerd over de effecten van de meicirculaire in de raadsinformatiebrief hierover. Beide documenten zijn belangrijke stukken voor het opstellen van de begroting.
Deze begroting laat voor 2027 een positief financieel resultaat zien. Voor de jaren daarna staan we voor een opgave om de begroting structureel in evenwicht te houden. Tegelijkertijd zijn er belangrijke landelijke ontwikkelingen die naar verwachting van invloed zijn op onze financiële positie. Zo verwachten wij meer duidelijkheid over de structurele financiering van de jeugdzorg naar aanleiding van het advies van de commissie-Van Ark en over de verdere uitvoering van de herverdeling van het gemeentefonds.
In lijn met het coalitieprogramma kiezen wij ervoor om vooruit te kijken en zorgvuldig met onze financiële middelen om te gaan. Wij blijven sturen op een meerjarige, sluitende begroting, maar voorkomen tegelijkertijd dat goed functionerende voorzieningen en investeringen voortijdig worden afgebouwd terwijl er nog onzekerheid bestaat over toekomstige rijksmiddelen. Daarom accepteren we nu een meerjarig, negatief saldo in verband met de onzekerheid over toekomstige rijksmiddelen. Daarmee bieden we stabiliteit aan inwoners en organisaties en behouden we ruimte om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen.
Ten opzichte van het perspectief bij de voorjaarsnota laat deze begroting voor 2027 een verbetering van het saldo zien. Dit is vooral het gevolg van een meer realistische fasering van investeringen en de daarmee samenhangende financieringslasten. Voor de jaren daarna blijft sprake van een financiële opgave. De toenemende investeringsbehoefte en de aanhoudende kostenstijgingen binnen het sociaal domein, in het bijzonder de jeugdzorg, zetten het meerjarige begrotingsbeeld onder druk. Daarbij zien we dat de voordelen van onze inzet op preventie en vroegtijdige ondersteuning momenteel niet volledig opwegen tegen de autonoom, groeiende zorgvraag en de daarmee samenhangende uitgaven. Ook in de komende jaren blijven wij daarom inzetten op een financieel gezonde gemeente, waarbij we investeren waar dat nodig is en tegelijkertijd scherp sturen op de beheersbaarheid van onze lasten. Bij het onderdeel ‘nieuw beleid en in gang gezet beleid’ vindt u een verdere toelichting op de nieuwe bestedingsvoorstellen, zowel investeringen als uitvoeringsmiddelen, die we verwerkt hebben in deze begroting.
Nieuw beleid
In de voorjaarsnota worden normaliter voorstellen voor nieuw en/of intensivering van beleid aan de raad voorgelegd. In verband met de verkiezingen en de coalitievorming is sprake van een beleidsarme voorjaarsnota. De afweging welke voorstellen voor nieuw en of intensivering van beleid hebben we nu in het begrotingsproces gedaan. Deze voorstellen zijn toegevoegd aan het onderdeel Nieuw beleid en in gang gezet beleid in de begroting, daar vindt u een verdere toelichting. Hieronder vindt u een korte opsomming van de verwerkte voorstellen:

Onderwerp

I/E*

Inv.

2027

2028

2029

2030

Openbare orde en veiligheid

Capaciteit handhaving

E

81

162

162

162

Verkeer en vervoer

Verkeersveilige aansluiting Heesbeenseweg op provinciale weg

I

 € 0,5 mln

18

18

18

Uitvoeringskrediet Verbeteren verkeersveiligheid Kennedybrug

I

 € 4,2 mln

-   

-   

-   

118

Gladheidsbestrijding

E

29

29

29

29

Economie en recreatie

Herstelwerkzaamheden vestingswallen

I

 € 1,7 mln

-   

43

43

42

Bewegen en ontmoeten fase 2028-2029

I/E

 € 0,9 mln

100

212

55

54

Sport en cultuur

Renovatie centrale hal sportcentrum Die Heygrave

I

 € 0,05 mln

-   

4

4

4

Gouverneurshuis

I/E

 PM

PM

PM

PM

Sociaal domein

Armoedebeleid bijzondere bijstand

E

200

Inburgering statushouders

E

150

Aanvullend uitvoeringskrediet MFA Elshout

I

 € 3,1 mln

-   

-  

159

157

Capaciteit jongerenwerk

E

143

369

Totaal effect

703

837

470

584

In bovenstaande tabel zijn zowel voorstellen waarvoor een investeringskrediet (I) wordt gevraagd als voorstellen waarvoor een exploitatiebudget (E) wordt gevraagd opgenomen.

Een verdere toelichting vindt u terug bij het onderdeel ‘Nieuw beleid en in gang gezet beleid’ in deze begroting.
Resultaat
De voorjaarsnota 2026 met daarbij de uitkomsten van de meicirculaire 2026 vormen de basis voor deze begroting. In de voorjaarsnota is het beeld geschetst van de financiële positie in meerjarig perspectief. Een belangrijk financieel aspect, de vertaling van de meicirculaire gemeentefonds, kon nog niet in de voorjaarsnota worden meegenomen. Over de uitkomsten hiervan en het effect op het begrotingssaldo bent u naderhand geïnformeerd met een raadsinformatiebrief voor de raadsvergadering van 7 juli.
De voorjaarsnota 2026 en de meicirculaire zijn nu verwerkt in de voorliggende begroting 2027 en de meerjarenraming 2028 – 2030.
Hieronder worden de verschillen toegelicht tussen deze begroting en het financieel perspectief zoals dat in de voorjaarsnota 2026 (RV 7-7-26) en de raadsinformatiebrief over de meicirculaire 2026 (RIB 23-6-26) is geschetst.

Toelichting verschil begroting 2027 – 2030 en voorjaarsnota 2026 na meicirculaire

2027

2028

2029

2030

Eindsaldo begroting 2027 en meerjarenraming

2.282

-1.645

-2.291

-3.079

Saldi voorjaarsnota inclusief meicirculaire 2026

831

-1.725

-1.981

-1.371

Verschil

1.451

80

-310

-1.707

De saldi van de nu voorliggende begroting zijn voor 2027 en 2028 verbeterd en daarna verslechterd ten opzichte van de voorjaarsnota inclusief de meicirculaire. Hieronder volgen de belangrijkste verschillen tussen de begroting 2027 en de voorjaarsnota 2026 voor het begrotingsjaar 2027. Vervolgens worden de verschillen kort toegelicht.

Toelichting verschillen Begroting 2027 – voorjaarsnota 2026 (incl. meicirculaire) (bedragen *€1.000)

Samenvatting analyse verschillen (* € 1.000)

2027

Lagere kapitaal- en financieringslasten door doorschuiven investeringen

V

2.178

Hogere doorbelastingen uren en overhead naar projecten

V

329

Vrijval stelpost prijscompensatie

V

265

Hogere opbrengsten sport

V

194

Leges documentenpiek

V

100

Voorstellen nieuw/intensivering beleid

N

-703

Jeugdhulp

N

-246

Aanpassingen applicaties

N

-165

WMO Beschermd wonen

N

-150

Overige verschillen

N

-351

Totaal

V 

1.451

Toelichting verschillenanalyse

Voor- of nadelig

Bedrag
(* € 1.000)

Lagere kapitaal- en financieringslasten door doorschuiven investeringen
In het begrotingsproces is de investeringsplanning beoordeeld in het kader van de financieringsbehoefte. Daarin zijn investeringen realistischer in de tijd weggezet. Door deze verschuivingen ontstaan er verschillende effecten. Zo is er op korte termijn een lagere financieringsbehoefte, en doordat investeringen doorschuiven, schuiven ook de verwachte kapitaallasten door. Dit zorgt voor een structureel voordeel.

V

2.178

Hogere doorbelastingen uren en overhead naar projecten
Door hogere salarislasten en doordat er meer uren zijn geschreven op projecten en kredieten worden er meer salarislasten gedekt vanuit projecten en kredieten. Dit is een voordeel op de exploitatie. Dit heeft ook een effect op de overhead waarbij er een hogere dekking vanuit de projecten en kredieten voor de overhead is.

V

329

Vrijval stelpost prijscompensatie
De prijsgevoelige budgetten zijn geïndexeerd. Het in de meicirculaire geraamde bedrag voor prijsgevoelige budgetten was hoger waardoor een deel van deze post kan vrijvallen.

V

265

Hogere opbrengsten sport
In de jaarrekening is melding gemaakt van hogere dan begrote opbrengsten bij het zwembad Die Heygrave. De begroting 2027 is hierop aangepast. De stijging komt doordat er meer zwemlesgroepen zijn en de opbrengsten op toegangsgelden en doelgroepenlessen stijgen. De verwachting is dat deze stijging structureel is, maar in jaren varieert. Ook de opbrengsten van de horeca en diverse verkopen van artikelen
zijn op basis van laatste ervaring hoger ingeschat. 

V

194

Leges documentenpiek
In de begroting is een nieuwe inschatting gemaakt van de opbrengsten en kosten als gevolg van de documentenpiek die wordt verwacht. Per saldo is dit een voordeel van € 100.000.

V

100

Voorstellen nieuw of intensivering van beleid
De voorstellen zoals eerder in de inleiding genoemd hebben een negatief effect op het begrotingssaldo.

N

-703

Jeugdhulp
De kosten voor de jeugdhulp zijn toegenomen als gevolg van indexering en de groei van jeugdhulp. Echter doordat we rekening houden met een aanpassing van de verdeelsleutel en doordat we van het Rijk verkregen middelen a.g.v. de commissie Van Ark apart hebben gezet is de stijging beperkt tot € 246.000.

N

-246

Aanpassingen applicaties
Door de aanschaf en gestegen kosten van applicaties nemen de jaarlijkse kosten toe.

N

-164

WMO Beschermd wonen
De regio Hart van Brabant krijgt jaarlijks een bijdrage van de gemeente voor uitvoering van Beschermd wonen. Daarnaast krijgt de regiogemeente hiervoor rijksfinanciering. Deze financiering zou overgaan naar de regionale gemeenten. Dat is echter nog niet gebeurd en tot die tijd zetten we de jaarlijkse bijdrage van € 150.000 aan de regio voort. Deze was niet meer structureel in de begroting opgenomen vanwege de verwachting dat de rijksfinanciering zou wijzigen. Dit corrigeren we nu.

N

-150

Resterend verschil per saldo negatief

N

-351

Totaal verschil

V

1.451

Algemene reserve

In onderstaand overzicht is een beeld gegeven van het verloop van de algemene reserve (AR) gegeven. Daarin zijn de mutaties als gevolg van de raadsbesluiten in juni verwerkt. De grote daling in 2029 wordt veroorzaakt door de onttrekking voor het GOL (38 mln) en centrale huisvesting (€ 6,9 mln). De claim op AR in relatie tot de woningbouwimpuls (RV 2-4-24) en de claim voor onderwijshuisvesting zijn ook in het verloop opgenomen.
In onderstaande tabel ziet u het verloop van de algemene reserve op basis van de genomen besluiten (blauwe lijn). De grijze lijn geeft het verloop aan inclusief de begrotingssaldi van het resultaat. Tevens is het minimumniveau aangegeven op basis van de berekening in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Een verdere toelichting op de algemene reserve vindt u bij de uiteenzetting van de financiële positie onder het Eigen vermogen.

Figuur 1 Verwacht verloop Algemene reserve

Structurele saldo

Voor het oordeel of de begroting structureel sluitend is, moet het saldo gezuiverd worden van  incidentele lasten en baten. Voor de provinciaal toezichthouder is dit saldo bepalend voor het oordeel over de begroting. Het structurele saldo meerjarig ziet er als volgt uit (een specificatie van de incidentele posten vindt u in de financiële begroting onder ‘meerjarig overzicht éénmalige baten en lasten’).

Presentatie van het structurele begrotingssaldo (x € 1.000):

2027

2028

2029

2030

Saldo baten en lasten exclusief reservemutaties

4.870

384

199

-2.942

Toevoegingen (+) en onttrekkingen (-) aan reserves

-2.588

-2.028

-2.491

-137

Begrotingssaldo na bestemming

2.282

-1.645

-2.291

-3.079

Waarvan incidentele lasten (+) en baten (-)

3.608

2.615

1.611

1.495

Structureel begrotingssaldo

5.891

970

-680

-1.584

In de verschillende handreikingen van de toezichthouder is voorgeschreven hoe dit overzicht opgesteld moet worden. De eerste correctie betreft alle mutaties van reserves; door het zuiveren van de reserves blijven de exploitatielasten en baten over.
Daarna worden incidentele lasten en baten uit de exploitatie gecorrigeerd. Dit zijn lasten en baten die naar de aard van de uitgaven als incidenteel worden aangemerkt. Zie het ‘meerjarig overzicht éénmalige baten en lasten’ in deze begroting.

Deze pagina is gebouwd op 09/24/2026 09:20:33 met de export van 09/24/2026 09:15:32