Voor de begroting 2027 is in de zomer van 2026 nagegaan of een wijziging van het eerder berekende risicobedrag voor grondexploitaties noodzakelijk is. Het bleek niet nodig om het risicobedrag dat in maart 2026 ten behoeve van de jaarrekening 2025 is berekend te wijzigen. De opbouw van het risicobedrag zoals berekend bij de totstandkoming van de jaarrekening 2025 blijkt uit onderstaande tabel. Met de kanttekening dat ontwikkelingen vanzelfsprekend lastig voorspelbaar blijven.
De gemaakte berekeningen resulteren in een bedrag van naar beneden afgerond € 7 miljoen als onderdeel van het weerstandsvermogen, wat nodig is om negatieve financiële effecten van optredende risico’s op te kunnen vangen. De Toelichting grondexploitaties 2025 en de paragaaf weerstandsvermogen geven een nadere onderbouwing van de gesignaleerde risico’s. Niet alle risico’s treden tegelijk op. Op basis van de kans van optreden, is een benodigde buffer in het weerstandsvermogen voor grondexploitaties berekend op € 7 miljoen. Dit voor het geval de werkelijke verliezen hoger uitvallen dan het verlies waarvoor voorzieningen zijn gevormd. Daarmee zijn de risico’s vanwege de grondexploitaties afdoende afgedekt.
Het risico van stikstof is net als in voorgaande jaren meegenomen als een vertragingsrisico. Ook de beperkte capaciteit op het stroomnet kan ertoe leiden dat nieuwe ontwikkelingen pas later toegang krijgen tot het stroomnet en daarmee vertraging op kunnen lopen. In de reguliere risicoberekeningen is rekening gehouden met een mogelijke vertraging van de uitgifte van gronden met 2,5 jaar.
Naast de algemene risico’s (prijs, planning en programma) zijn voor de projecten de specifieke risico’s in beeld gebracht. Het risico voor de Grassen is in 2025 toegenomen wat verschillende oorzaken heeft. De project specifieke risico’s voor De Grassen zijn nog steeds aanzienlijk.
Bij de totstandkoming van de grondexploitatie en risicoberekeningen van De Grassen zijn ook mogelijke effecten van de geitenboerderij in de buurt van De Grassen meegewogen. Daarbij wordt steeds aangesloten op de op dan bekende ontwikkelingen in dit dossier. In de loop van de tijd is en wordt op die ontwikkelingen geanticipeerd en worden bovendien de opbrengsten enigszins voorzichtig geraamd (met name ook vanwege de resterende looptijd van het project en het feit dat opbrengsten in de loop van de tijd nog kunnen fluctueren).
De waterschappen hebben in de zomer van 2026 een Ontwerp Waterschapsverordening ter inzage gelegd. Op grond van deze verordening moet er bij toekomstige ontwikkelingen rekening worden gehouden met een veel grotere wateropgave. Dit gaat ten koste van de haalbaarheid van toekomstige ontwikkelingen. Met de mogelijke consequenties is in de risicoberekeningen nog geen rekening gehouden (ook vanwege overgangsregelingen waardoor het effect op lopende ontwikkelingen wellicht beperkt kan blijven).
