Om onderbouwde financieringsbeslissingen te kunnen nemen, is het belangrijk om een inschatting te maken van de toekomstige renteontwikkeling. Deze zogeheten rentevisie wordt jaarlijks opgesteld en is gebaseerd op de verwachtingen van diverse financiële instellingen.
In de begroting wordt een rente voor kortlopende leningen (≤ 1 jaar) en een rente voor langlopende leningen (> 1 jaar) gehanteerd. De ontwikkeling van de korte rente is vooral afhankelijk van de inflatie. De hoogte van de lange rente wordt vooral bepaald door de economische groei.
Steeds minder banken geven de verwachtingen voor de rente af. We hebben gekozen om vooralsnog het gemiddelde van de huidig geoffreerde rentes van de BNG en ook actuele geldaanbieders te nemen als basis voor de rente van 2027. Het laatste ECB besluit laat zien dat de te verwachte inflatie in de eurozone de komende jaren terugkeert naar de doelstelling van 2%, terwijl de economische groei gematigd blijft. Onder deze omstandigheden ontstaat ruimte voor een geleidelijke verlaging van de beleidsrente. Ondanks de aanwezige geopolitieke onzekerheden lijkt een verdere rentedaling volgens de ECB op middellange termijn aannemelijker dan aanvullende renteverhogingen. Hierdoor kan ook de rente op langlopende financieringen naar verwachting geleidelijk afnemen. Voor de begroting is er voor de jaren 2028 en verder dan ook gerekend met een rente van 2,00% voor korte leningen en voor lange leningen met een rente van 3,00%. Voor 2027 gerekend met een rente van respectievelijk van 2,5% en 3,5%. Uitgaande van deze rentepercentages zijn de renterisico’s beoordeeld en opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen.
Huidig | Rente begroting 2027 | Rente begroting 2028 ev | |
Korte rente | 2,47% | 2,50% | 2,00% |
Lange rente (15 jr lineair) | 3,49% | 3,50% | 3,00% |
