Paragrafen

Financiering

Vanaf juni 2024 is de ECB gestart met een reeks renteverlagingen, waardoor de herfinancieringsrente op 11 juni 2025 uitkwam op 2,15%. In juni 2026 heeft de ECB de rente vervolgens met 0,25 procentpunt verhoogd naar 2,40%. Deze renteverhoging was een reactie op toenemende inflatierisico's en de wens om de inflatie duurzaam rond de doelstelling van 2% te houden.

De ECB blijft haar rentebeleid baseren op actuele economische en monetaire ontwikkelingen binnen het eurogebied. Daarbij worden onder meer de inflatieontwikkeling, economische groei en internationale ontwikkelingen nauwlettend gevolgd. Op basis van deze gegevens beoordeelt de ECB periodiek of verdere aanpassingen van de beleidsrentes noodzakelijk zijn.

Door de BNG, onze huisbankier wordt sinds 11 juni 2025 een tarief van 4,75% rente gerekend voor “rood” staan en wordt 1,25% rente vergoed over een positief saldo.

De Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve, Fed) heeft na een periode van stabiele rente de Fed vanaf 2024 en 2025 geleidelijk verlaagd. Sinds december 2025 bedraagt de federal funds rate 3,50% - 3,75%. Tijdens de meest recente vergadering van 17 juni 2026 heeft de Fed besloten deze rente ongewijzigd te laten. Daarbij gaf de centrale bank aan dat de inflatie nog altijd boven de langetermijndoelstelling van 2% ligt, terwijl de Amerikaanse economie en arbeidsmarkt zich relatief sterk blijven ontwikkelen.

Zowel in de Verenigde Staten als in Europa is de inflatie sinds de piekniveaus van 2022 aanzienlijk afgenomen. Hoewel de inflatieontwikkeling gunstiger is geworden, blijft onzekerheid bestaan over het verdere verloop. Internationale spanningen, geopolitieke conflicten, ontwikkelingen op de energiemarkten en handelsverstoringen kunnen invloed hebben op de prijsontwikkeling en daarmee op het monetaire beleid van centrale banken. De ontwikkeling van de kapitaalmarktrente blijft daarom moeilijk voorspelbaar. Deze is in belangrijke mate afhankelijk van de inflatieontwikkeling, de economische groei en de toekomstige beleidskeuzes van zowel de Federal Reserve als de Europese Centrale Bank. Centrale banken blijven de economische ontwikkelingen nauwgezet volgen en zullen hun rentebeleid waar nodig aanpassen om prijsstabiliteit te waarborgen.

Schatkistbankieren
Gemeenten zijn sinds 2014 verplicht om tegoeden uitsluitend bij het Rijk of andere decentrale overheden weg te zetten. Het primaire doel van de maatregel is het terugdringen van de staatsschuld. Het drempelbedrag is 2% van het begrotingstotaal. Liquiditeitsoverschotten boven het drempelbedrag worden overgeboekt naar de schatkist. In 2025 zijn de liquiditeitsoverschotten, die ontstonden omdat vertraagde grote investeringen zoals GOL, waarvan in de liquiditeitsprognose was voorzien dat deze zouden worden uitgevoerd, weggezet in de schatkist. De hierbij ontvangen rente is verantwoord binnen het taakveld treasury. De gemeente Heusden heeft in 2026 ook te maken met liquiditeitsoverschotten door vertraagde facturering van grote projecten, de hierbij ontvangen rente wordt verantwoord binnen het taakveld treasury. Het door de schatkist over uitstaande liquiditeiten vergoede rentepercentage wordt beïnvloed door de rente van de ECB. Als reactie op de renteverlagingen van de ECB in 2025 is het rentepercentage verlaagd van 2,91% op 1 januari 2025 naar 1,92% ultimo juli 2025. In juni 2026 is naar aanleiding van de verhoging van het rentepercentage van de ECB het rentepercentage van de schatkist verhoogt naar 2,19%.

Wet Hof
Op grond van Europese afspraken mag het begrotingstekort van de Nederlandse overheid niet groter dan 3% zijn. Het Rijk wil er met de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof) voor zorgen dat gemeenten een bijdrage leveren aan het terugdringen van het overheidstekort. Hiervoor wordt een limiet gesteld aan de bijdrage die gemeenten in het begrotingstekort mogen hebben. Overschrijding van deze limiet kan daarbij tot sancties leiden.

Volgens de Voorjaarsnota 2026 van de rijksoverheid blijft het begrotingstekort in 2027 naar verwachting 2,9% van het bbp, net onder de Europese grens van 3%. Voor de daaropvolgende jaren wordt een geleidelijke verbetering van het begrotingssaldo verwacht, waarbij het kabinet stuurt op een tekort van ongeveer 2,1% van het bbp in 2030. De overheidsschuld blijft daarbij naar verwachting onder de 50% van het bbp, waarmee Nederland binnen de Europese begrotingsregels blijft.

Deze pagina is gebouwd op 09/24/2026 09:20:33 met de export van 09/24/2026 09:15:32