Algemeen
Er spelen grote opgaven voor gemeenten. Denk bijvoorbeeld aan de energietransitie, woningbouw, klimaatverandering, innovaties in vervoerssystemen, verkeersveiligheid, bereikbaarheid, participatie, landbouwvraagstukken, netcongestie, biodiversiteit en het realiseren van een concurrerende en circulaire economie. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de leefbaarheid. Onder de Omgevingswet moeten gemeenten een samenhangende aanpak ontwikkelen om met veel van deze opgaven aan de slag te gaan. Daarbij moet ook verbinding worden gelegd met opgaven in het sociaal domein. Eerste stappen hiervoor zijn gezet met onze Omgevingsvisie. Verdere vertaling gaat de komende jaren plaatsvinden in het Omgevingsplan en omgevingsprogramma's maar ook een integraal maatschappelijk beheerkader.
Veel grote opgaven kunnen niet enkel op gemeentelijk niveau worden opgelost, daarom zoeken we de samenwerking in de regio met andere partners en overheden als het gaat om vraagstukken als meervoudig ruimtegebruik, mobiliteit, netcongestie, stikstof en waterkwaliteit. Binnen de grote opgaven zoeken we steeds de balans tussen integraal werken en slagvaardigheid. Door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt is het aantrekken van gekwalificeerde medewerkers steeds uitdagender. Om hierop in te spelen, investeren wij gericht in het werven en ontwikkelen van jong talent, onder meer door het inzetten van trainees en het bieden van stageplaatsen.
De openbare ruimte is veel dynamischer en multifunctioneler dan vroeger. De druk op de ruimte, klimaatontwikkelingen en onderhoudskosten nemen toe. Daardoor wordt meervoudig ruimtegebruik steeds belangrijker voor een leefbare en aantrekkelijke leefomgeving. Soms moeten er keuzes worden gemaakt waarbij we zoeken naar een optimum en oog hebben voor de daarbij betrokken belangen (zoals droge voeten, schaduw wanneer het warm is, toekomstbestendige bereikbaarheid en kabeltracés die de netcongestie oplossen).
Er bestaat veel onduidelijkheid over het onderwerp stikstof. De actuele stroom aan nieuwe jurisprudentie maakt het er niet eenvoudiger op. Als de spoedwet van het huidige kabinet doorgang vindt, kan het stikstofprobleem voor de bouw voor het overgrote deel worden opgelost. Er is echter nog veel onzekerheid over de haalbaarheid van die plannen. En ook de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is kritisch op de 'rekenkundige ondergrens’. Vooralsnog overheerst de onzekerheid en is de uiteindelijke impact moeilijk te voorspellen.
In 2027 hebben de energietransitie en de aanpak van netcongestie een toenemende en zichtbare impact op de inrichting van de openbare ruimte. De keuzes die hierin worden gemaakt, werken door in zowel de ondergrondse infrastructuur als de bovengrondse inrichting. Soms zijn die keuzes ook randvoorwaardelijk voor het mogelijk maken van woningbouw. Dit betreft onder andere de aanleg en uitbreiding van transformatorstations, verdeelvoorzieningen en tracés voor kabels en leidingen. Deze ontwikkelingen vormen een structureel nieuw aspect dat van invloed is op de kwaliteit, inrichting en het beheer van groen en verharding. Dit heeft gevolgen voor het beheer van de openbare ruimte, waarbij integraal wordt afgewogen hoe ruimtelijke kwaliteit, functionaliteit en duurzaamheid in balans blijven. De straten gaan de komende jaren vaker ‘open’ en dat kan gevolgen hebben voor de integraliteit en de duur van projecten.
