Paragrafen

Lokale heffingen

Rioolheffing

De heffing is bedoeld om de kosten te verhalen die de gemeente moet maken voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. De huidige rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.

Verwachte kosten

De gemeente is wettelijk verplicht om haar zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater na te komen. In totaal verwachten we het komende jaar € 6.373.000 (inclusief de dotatie van € 1.529.654 aan de spaarvoorziening vervanging riolering) aan kosten te maken om deze zorgplichten na te komen. De kosten zijn onder te verdelen in de volgende drie categorieën waarvan de eerstgenoemde veruit de grootste is:

  • Taakveld riolering: dit betreft voornamelijk het daadwerkelijk nakomen van onze gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater;
  • Taakveld verkeer en vervoer: het schoonmaken en schoonhouden van de wegen draagt bij een goed werkend rioleringssysteem waardoor water kan worden afgevoerd;
  • Taakveld overhead: dit is het aandeel in de kosten die worden gemaakt voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. Toerekening vindt plaats op basis van de totale directe kosten die betrekking hebben op de riolering.

Herkomst middelen
De gemeente kan de kosten verhalen die gemaakt worden voor het nakomen van de zorgplichten die de wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken aan de gemeente oplegt. De maatregelen die de gemeente hiervoor neemt staan genoemd in het Waterplan 2023-2027 vastgesteld door de gemeenteraad op 27 september 2022 en geactualiseerd op 16 december 2025. De tarieven voor 2027 worden gebaseerd op de doorrekeningen van het geactualiseerde Waterplan 2023-2027 en de nieuwe heffingsmaatstaf, waarmee de gemeenteraad op 30 juni 2026 heeft ingestemd. Ten opzichte van 2026 zorgen de tarieven voor een hogere opbrengst van 7,8% waarvan 2,5% inflatiecorrectie.
De aanpassing met betrekking tot de heffingsmaatstaf komt voort uit de wens om de heffing meer aan te laten sluiten bij de kosten die de gemeente maakt voor enerzijds de hemelwater- en grondwater van een perceel en anderzijds bij het waterverbruik (afvalwatertaak). Dit was een actiepunt in het Waterplan 2023-2027. Daarnaast is op 1 juli 2020 een motie aangenomen om te onderzoeken hoe de rioolheffing beter kan aansluiten bij het werkelijk drinkwaterverbruik, zodat er een meer evenredige verdeling van de kosten ontstaat. Het uitgangspunt hierbij blijft dan wel, dat ook de nieuwe heffingsmaatstaf ervoor zorgt dat de jaarlijkse inkomsten gelijk blijven en daarmee kostendekkend is.
De gemeentelijke watertaken gaan over afvalwater, grondwater en hemelwater. Om de heffing beter aan te laten sluiten bij de taken wordt een differentiatie van het tarief voorgesteld. De differentiatie bestaat uit een variabel tarief op basis van het drinkwaterverbruik en een vast tarief (vastrecht) op basis van het gebruiksdoel van het object. De heffing vindt plaats bij de gebruiker.

Variabel
Het drinkwaterverbruik is de maatstaf voor de afvalwatertaak. Het water komt immers schoon een gebouw binnen en verlaat dat voor een groot deel als afvalwater. Per afgenomen kuub water wordt een vast tarief voorzien. Hier vloeit uit voort dat hoe minder kuub water er wordt afgenomen, hoe lager de kosten voor de gebruiker zullen zijn en andersom.

Vastrecht
Voor de bekostiging van de hemelwatertaak en de grondwatertaak wordt een vast tarief voorgesteld (vastrecht). De hoogte van het vastrecht is afhankelijk van de categorie waarin de gebruiker van een object valt. We voorzien vier categorieën:

  • Gebruikers van woningen
  • Gebruikers van niet-woningen met een perceel tot 2000 m2
  • Gebruikers van niet-woningen met een perceel vanaf 2000 m2
  • Gebruikers van agrarische objecten/percelen

De hoogte van het vastrecht per categorie hangt samen met het profijtbeginsel. Dit profijt is gelegen in het gebruik van het perceel of gebouw en de mate waarin men gebruik kan maken van een waterbestendige openbare ruimte.
Op dit moment kan circa 35% van de totale kosten voor de gemeentelijke watertaken worden toegeschreven aan het afvoeren van afvalwater. Circa 65% van de kosten zijn toe te schrijven aan de hemelwater- en grondwatertaak. Deze verdeling komt terug in de opbrengsten zoals we die voorzien met betrekking tot het variabele tarief (35%) en het vastrecht (65%). Omdat we steeds verder overgaan naar gescheiden stelsels zal het aandeel hemelwater- en grondwatertaken steeds verder stijgen. Daarmee zal het onderdeel vastrecht ook een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de toekomst.

Bij de afronding van de vastrechttarieven is er rekening mee gehouden dat een tarief ontstaat dat deelbaar is door 12, in verband met de mogelijkheid van afrekening per maand.De tarieven 2027 worden daarmee als volgt:

 

2026

2027

bij een afvoer van 5 tot en met 299 m³ afvalwater

€ 277,32

bij een afvoer van 300 tot en met 599 m³ afvalwater

€ 517,56

bij een afvoer van 600 tot en met 899 m³ afvalwater

€ 776,64

bij een afvoer van 900 tot en met 1199 m³ afvalwater

€ 1.051,20

bij een afvoer van 1200 tot en met 1499 m³ afvalwater

€ 1.315,20

bij een afvoer van 1500 en meer m³ afvalwater

€ 1.315,20

vermeerderd met een bedrag per kubieke meter boven 1500 m³ afvalwater   

€ 0,59

Vastrecht gebruikers woningen

€ 187,32

Vastrecht gebruikers niet-woningen perceel < 2000 m2

€ 187,32

Vastrecht gebruikers agrarische objecten

€ 234,24

Vastrecht gebruikers niet-woningen perceel vanaf 2000 m2

€ 281,04

Variabel tarief per m3 afgevoerd afvalwater

€ 0,9938

Op basis van deze uitgangspunten wordt de opbrengst van de rioolheffing geraamd op een bedrag van
€ 6.363.000.

Deze pagina is gebouwd op 09/24/2026 09:20:33 met de export van 09/24/2026 09:15:32